Hermes Hoort Uit: Martin Kohlrausch

"Je moet tijd vrijmaken om durven te denken"

Wie kent hem niet. Zowat elke geschiedenisstudent krijgt vroeg of laat te maken met het fenomeen, Martin Kohlrausch als prof. Eigentijdse Geschiedenis of promotor. Wiens belletje niet rinkelt bij het horen van zijn naam, geen nood. De man beschikt namelijk over zijn eigen Wikipedia-pagina. Vooraleer u zich bezondigt aan het surfen naar die voor geschiedenisstudenten verbannen website, halt! Uw vertrouwde kringblad ging op de koffie bij de bron van het verhaal: Martin Kohlrausch zelf.

interview afgenomen door de Hermesredactie

Professor Kohlrausch ontvangt ons in zijn knusse kantoor in het Erasmushuis. Na enkele vriendelijke woordjes ter begroeting en de zoektocht naar een derde stoel, barstte uw Hermesredactie van verlangen om haar journalistieke kunstjes boven te halen. Zo geschiedde.

HERMES: U heeft op veel plaatsen gestudeerd en veel universiteiten gezien. Welke periode heeft de mooiste herinneringen nagelaten op u?

MK: De mooiste herinneringen? Ik denk dat dat heel makkelijk is: de mooiste herinneringen heb ik zeker aan mijn tijd in Italië, in Firenze.  Ik heb daar mijn doctoraat gedaan. Dat was aan een instituut, The European Institute, die om verschillende redenen dichtbij Firenze gevestigd is. Dat was zeker om twee redenen een fantastische tijd. Ten eerste omdat het een internationale plek is met studenten en doctorandi uit alle Europese landen en ten tweede omdat het gewoon in Firenze gevestigd is. Dat is een fantastische plaats om te studeren, het is een beetje een eiland, het is moeilijk je er te integreren in Italië of in Firenze zelf, maar op zich was het een fantastische tijd. Ten eerste omdat het een internationale plek is met studenten en doctorandi uit alle Europese landen en ten tweede omdat het gewoon in Firenze gevestigd is. Dat is een fantastische plaats om te studeren, het is een beetje een eiland, het is moeilijk je er te integreren in Italië of in Firenze zelf, maar op zich was het een fantastische tijd.

HERMES: Waarom ging u geschiedenis studeren? Was dit een keuze uit interesse of had de specifieke situatie van Duitsland op dat moment er iets mee te maken?

MK: Het is natuurlijk altijd moeilijk om zelf als historicus terug te kijken en zelf eerlijk te zeggen welke, hoe moet ik het zeggen… redenen toen een rol speelden en zich dan niet aan een soort ja.. geschiedenispolitiek schuldig te maken. Ik denk dat ik toen wel twijfelde tussen geschiedenis en meer praktische dingen, zeker voor mijn ouders. Die hadden het graag gezien moest ik iets anders hebben gedaan (lacht). Ik heb altijd al ontzettend graag historische boeken gelezen, al heel vroeg, en op school (middelbare school nvdr) mij al kunnen specialiseren. Er bestond toen de mogelijkheid al om voor geschiedenis of ook andere vakken meer lessen per week te volgen de laatste drie jaar van het middelbaar onderwijs. Ik had ook een heel goede leraar geschiedenis, wij hebben daar op een bijna wetenschappelijke wijze de geschiedenis bestudeerd. Hij heeft mij ook heel sterk aangemoedigd om geschiedenis te gaan studeren geschiedenispolitiek schuldig te maken. Ik denk dat ik toen wel twijfelde tussen geschiedenis en meer praktische dingen, zeker voor voor mijn ouders. Die hadden het graag gezien moest ik iets anders hebben gedaan (lacht). Ik las altijd ontzettend graag historische boeken gelezen, al heel vroeg, en op school (middelbare school nvdr) heb ik mij al kunnen specialiseren. Er bestond toen de mogelijkheid om voor geschiedenis of ook andere vakken meer lessen per week te volgen de laatste drie jaar van het middelbaar onderwijs. Ik had ook een heel goede lerares geschiedenis, wij hebben daar op een bijna wetenschappelijke wijze de geschiedenis bestudeerd. Zij heeft mij ook heel sterk aangemoedigd om geschiedenis te gaan studeren.

HERMES: Heeft de politieke situatie een rol gespeeld?

Dat is moeilijk te zeggen. Het was natuurlijk wel een belangrijk moment in de Duitse geschiedenis. Ik heb in 1993 mijn abitur gedaan, dus kort na de hereniging, de Duitse eenmaking, en uiteraard speelde die eenmaking tijdens de laatste jaren van mijn middelbaar onderwijs een rol. Het vraagstuk nationalisme zal opnieuw belangrijk worden in Duitsland bijvoorbeeld. Indirect heeft dat zeker een rol gespeeld, ja.

HERMES: Wat waren uw interesses naast het studeren? Was u bijvoorbeeld zelf actief in een kring?

Nja, dat is een beetje te verklaren door de toch wel andere situatie in Duitsland. Kringen zoals die hier bestaan, bestaan in Duitsland niet; je hebt de ouderen wat men de ‘verbindingen’ noemt, maar die staan toch (twijfelt even) politiek gezien heel ver rechts. Dat is dan toch een veel verderrijkende beslissing dan hier in een kring gaan werken. Ik heb daar zelf eigenlijk nooit aan gedacht. Dan zijn er natuurlijk wel kringen of associaties, groepen van studenten die binnen de opleiding de stem van de studenten te laten horen. Dat heb ik in Firenze wel gedaan, daarvoor in Duitsland niet. Ik vond het altijd en ik denk dat dat voor veel studenten geldt, heel sterk gepolitiseerd. Het was meestal een soort uiteenzetting tussen twee radicale politieke posities. In die zin was dat ook wat vermoeiend. Maar in Firenze heb ik wel als studentenvertegenwoordiger dienstgedaan.

HERMES: Leuven staat natuurlijk niet enkel bekend om haar prestigieuze universiteit, maar ook voor haar feestcultuur? Heeft u dat anders ervaren in Duitsland?

Ja ik vraag mij dat soms ook af als ik hier naar de studenten luister als ik ’s avonds nog op kantoor zit (lacht). Zingende studenten kan ik mij veel minder herinneren, ik denk dat dat daar (in Duitsland, nvdr) een minder grote rol speelt. Mijn indruk was, wel je legt (in Duitsland nvdr.) natuurlijk een heel ander traject af. Je bent normaal op 19 klaar met middelbaar (volgens een voorbeeldtraject in Duitsland).  Ik denk dat veel ervaringen die de studenten hier hebben op school gebeurden toen ik mijn abitur deed. Feesten dat hebben wij eigenlijk meer in het 12de en 13de leerjaar gedaan, op universitair niveau speelde dat natuurlijk ook nog een grote rol, maar toch wat minder omdat men gewoon iets ouder was.

Wat natuurlijk ook nog een rol speelde, mijn indruk is dat jullie veel meer als een soort groep functioneren als eerste of tweedejaars en zo verder, en dat was daar veel minder het geval zeker in die tijd. Nu is dat natuurlijk allemaal wat veranderd, maar in de jaren 90 was het natuurlijk zo dat je enkele cursussen opnam en in die cursussen zaten dan studenten die misschien al drie, vier, vijf jaar bezig waren en je had minder met die studenten te maken. Je sloot misschien wel vriendschap met enkele studenten, maar er was niet zo die ene groep die je kende en met wie je dan je sociaal leven ging organiseren.

HERMES: Hoe belandt u nu vanuit Duitsland in leuven?

MK: Ja, dat is een goede vraag. Je kan het eigenlijk een beetje vergelijken met (denkt even na) sport. Je hebt eigenlijk in de academische wereld een soort Europese arbeidsmarkt, en als je dan zegt “ik wil enkel in mijn stad waar ik vandaan kom werken”, dan zijn de kansen heel klein. het is sowieso zeldzaam dat je de kans krijgt om jouw onderzoek te kunnen doen. Leuven is natuurlijk een van de meest prestigieuze universiteiten van Europa, een onderzoeksuniversiteit. Voor mij was dat een unieke kans. Het profiel van de vacature kwam heel goed overeen met wat ik reeds gedaan had, dus in die zin was Leuven… ik ga niet zeggen dat ik al tien jaar eraan gedacht had naar Leuven te komen, maar op dat moment was het eigenlijk een heel evidente keuze voor mij. Ik was hier ook al een keer geweest dus ik had, los van wat je sowieso over Leuven weet, een redelijk concreet idee van wat ik me erbij moest voorstellen.

HERMES: Zoals eerder gezegd heeft u al op veel universiteiten gezeten, maar hoe vergelijkt u nu de Ku Leuven met die andere universteiten?

MK: Ik denk dat de KU Leuven het enorm goed doet als een democratische universiteit waartoe idereen toegang heeft, en anderzijds een heel uitdagende universiteit, een die het qua onderzoek en voor onderwijs in internationale vergelijking ook enorm goed doet. In zekere zin is dat bijna een soort mirakel als je vergelijkt onder welke omstandigheden wij hier werken en dan kijkt naar enkele veel kleinere groepen aan Angelsaksische universiteiten. Dat vind ik heel indrukwekkend en zeker als je KU Leuven vergelijkt met mijn ervaringen  in Duitsland. De situatie is nu ook wat anders door het bachelor/master curricula, wat mij nog altijd opvalt je hebt natuurlijk een meer schoolse manier van studeren, op examens gebaseerd. In mijn studies speelden examens amper een rol, ik heb enkel papers geschreven, maar geen schriftelijke, mondelinge examens. Ik vind dat (het systeem zoals in Leuevn, nvdr) enerzijds heel verstandig omdat het waarborgt dat iedereen op een heel hoog niveau verder gaat, maar soms vind ik het ook een beetje jammer dat wij ons zo sterk op de examens moeten focussen. Daarom hebben wij misschien wat minder mogelijkheden om meer teksten te bestuderen, te discussiëren, minder vrijheden om keuzes te veranderen. Ik vind het soms een beetje jammer dat die keuzes gewoon vaststaan, soms sinds decennia, en je moeilijk kan reageren op veranderingen die misschien ook voor de studenten interessant kunnen zijn.

HERMES: Een veelgehoorde klacht van de proffen hier is dat de studenten te stil zijn in de les. Hoe ervaart u dat?

MK: Ik heb dat ook vaak gehoord toen ik hier naartoe kwam, ik werd een beetje gewaarschuwd dat als er geen Nederlanders in de klas zitten zullen er geen opmerkingen van studenten komen (lacht). Ik heb dat niet als zo erg ervaren, er zijn natuurlijk thema’s die studenten meer interesseren en minder. Ik vind dat ook een beetje vanzelfsprekend als je in een groep zit als bij Eigentijdse Geschiedenis met meer dan 100 studenten in een auditorium, dat het niet zo vanzelfsprekend is om het woord te nemen. Ik kan me wel inbeelden dat er grote verschillen tussen Vlaanderen en Nederland zijn en in Duitsland zouden studenten misschien ook meer bereid zijn het woord te nemen. Ik heb het wel niet als radicaal verschillend ervaren, helemaal niet.

HERMES: Hoe zit het met de collegialiteit tussen de proffen in Leuven? Ligt daar een groot verschil met andere universiteiten?

Dat is eigenlijk een beetje dubbel: enerzijds bestaat er aan de Kuleuven veel minder hiërarchie bestaat dan wat in Duitsland het geval zou zijn. in Duitse is er natuurlijk nog altijd wat men de “leerstoel” noemt, en die spelen een enorm belangrijke rol. Dan heb je een soort van piramidestructuur waar de prof boven staat, en er is heel weinig contact tussen de leerstoelen. Dat is hier veel beter. In het kader van de onderzoekseenheid geschiedenis is er veel coll en hiërarchie speelt een kleien rol. Anderzijds heb je wel een grotere kloof tussen studenten en proffen, lijkt mij. Dat was, tenminste toen ik studeerde in de jaren 90, een veel kleinere kloof. Men was van mening “We zitten in dezelfde boot, wij zitten hier in één seminarie, we willen één thema bestuderen, de prof weet misschien (hopelijk) iets meer, maar eigenlijk doen wij hetzelfde. Hier is het natuurlijk wel nog een hele grote kloof tussen soms een beetje de verwachting “de prof weet alles en de studenten weten niet (lacht) of weinig”. Dat is natuurlijk een beetje een karikatuur, maar dit verschil speelt wel. Dus enerzijds is er meer hiërarchie, maar anderzijds onder de collega’s minder.

HERMES: Hoe zijn de banden met Duitsland nu dan?

MK: Ik ben wel nog vaak in Duitsland, maar sinds ik klaar ben met school, zelfs voor ik naar Leuven kwam, heb ik er wel zeker de helft van de tijd niet gewoond. De banden zijn dus toch wat losser. Ik probeer soms nog als er de mogelijkheid is om naar Berlijn te gaan, omdat ik daar nog de meeste contacten heb en dan is dat sowieso het meest interessant.

HERMES: Als wij ons niet vergissen schreef u vorig jaar in de Bagatel dat uw hobbies zijn: voetbal kijken,  over voetbal lezen en helaas zelf te

weinig voetbal spelen, speelde u

vroeger voetbal dan?

MK: Ja, euh… (lacht) Ik heb tot ik veertien was in een club gespeeld, maar sindsdien eigenlijk enkel met vrienden. Ik heb ook enkele jaren in Warschau gewerkt, aan een Duits onderzoeksinstituut, en toen ook met een Duitse ploeg tegen een Poolse gespeeld. Ik vond dat altijd een heel

leuke manier om enerzijds te sporten, en anderzijds ook contacten te

leggen. Het is zoals ik hier al twee keer gespeeld heb met de proffenploeg tegen de studentenploeg. Actief speel ik soms met mijn kinderen nog een beetje, maar niet meer veel. Ik vind voetbal op zich een heel interessant onderwerp, gewoon om ernaar te kijken, maar ook als gewoon maatschappelijk onderwerp. Het doet mij altijd meer fascineren omdat het bij zoveel verschillende domeinen aansluit.

HERMES: U vertelt over het proffenteam: is dat Is het een serieuze zaak of is het eerder een excuus om een pintje te kunnen drinken?

MK: (Lacht) Nee, voor mij is echt de enige prioriteit dat ik daar zonder blessures van af kom (lacht), maar de studenten zijn altijd heel voorzichtig. Wij zijn natuurlijk altijd heel beschaafd. Nee, dat is gewoon een leuk evenement samen met de studenten. Dat is dan weer iets waar de hiërarchie geen rol speelt, en dat vind ik ook heel aangenaam. Ik vind het gewoon een leuke manier om samen iets te doen, zoals bijvoorbeeld ook te quizzen en andere dingen. Ik heb eerder de indruk… voor de assistenten speelt het wel nog een rol (lacht), zij willen echt winnen. Die zijn nog iets jonger, heel ambitieus.

HERMES: Welke is uw favoriete voetbalploeg?

MK: Ik ben zelf van Bremen afkomstig, voor mensen van jullie leeftijd is dat niet meer evident, maar Bremen was heel lang erg succesvol. Toen ik op school zat in de jaren 80 was die club heel goed. Het is heel specifiek Duits om nauwe banden te hebben tussen stad en club, moest je iemand van Bremen tegenkomen zal je merken dat die zich heel sterk identificeert met de club. Raar genoeg hoe langer ik weg ben, hoe sterker dat speelt (lacht). Het is een stukje van thuis dat je altijd meebrengt natuurlijk. Ik probeer toch nog altijd op de hoogte te blijven van de club, maar helaas is dat de laatste jaren niet meer zo… plezierig (lacht).

HERMES: Gaat u ook dichterbij naar het voetbal kijken?

MK: Heel zelden, de laatste keer is al 3 a 4 jaar geleden. Soms al eens naar Keulen, maar dat is ook niet dichtbij zeker? (lacht). Er is gewoon weinig tijd voor dergelijke dingen, helaas.

HERMES: Heeft u ook een favoriete Belgische club?

MK: Toch meer en meer, ik probeer toch de Jupiler Pro League te volgen. Ik vind het enorm, enorm ingewikkeld, nog steeds, om te begrijpen hoe dat met de play-offs en die dingen zit (lacht). Ik zou het leuk vinden moest Leuven snel opnieuw naar de eerste klasse komen, en anders volg ik meer vanuit een neutraal gezichtspunt. Ik denk dat ik al een redelijk goed idee heb waarvoor de verschillende ploegen staan en welke groepen zij aanspreken. Ik denk ook dat er een aantal heel boeiende onderwerpen, ook historisch, rond het voetbal bestaan. Moesten jullie nog geen masterthema hebben…(lacht).

HERMES: Stel: WK 2018, de finale, België staat tegen Duitsland. Voor wie supportert u?

MK: Dat is een echte moeilijke vraag. Ik ben meer en meer een soort “clubmens”, ik kijk daar meer naar dan naar het nationale voetbal. Ik vind dat in Duitsland nog heel raar, heel artificieel, dus ik zou zeker niet heel sterk voor de ene of andere kant kiezen. Ik vind de Rode Duivels fascinerend, wat er de laatste jaren gebeurd is. Mijn zoon is een grote fan (lacht), ikzelf laat het toch wat open (lacht).

HERMES: Het is uitzonderlijk dat een prof een tijdvak doceert dat hij grotendeels zelf heeft meegemaakt. Gaat u anders om met de leerstof over de periodes die u meemaakte dan met die over de periode die u niet meemaakte?

MK: Dat is een goede, moeilijke vraag. Ik zekere zin kijk ik ook anders naar de jaren 60-70, die ik niet heb meegemaakt, toch niet bewust (Professor Kohlrausch is geboren in 1973 , nvdr). Er zijn dingen die gewoon een grotere betrekking op jezelf hebben. Ik denk het tenminste zo is dat je de tijd misschien niet per se beter begrijpt, maar het doet je eerder  sterker nadenken en je moet zelf misschien een grotere inspanning leveren om je de vraag te stellen “waar sta ik zelf?”. Ik heb dat als uitdaging ervaren, maar ook als kans. Je denkt ook meteen aan bepaalde dingen uit de eigentijdse geschiedenis, voor mij dingen die in Duitsland een rol speelden maar minder in België, maar soms zelfs ontwikkelingen die zich min of meer gelijktijdig afspeelden. Je dan afvragen waar je zelf staat in dat verhaal, is er bijvoorbeeld een soort Duitse gezichtspunt of niet, dus ik zie het vooral als een aanleiding om over je eigen positie als historicus na te denken. Dat geldt natuurlijk voor iedereen, nadenken over waar wij staan als historici.

HERMES: De Duitse eenmaking, kijkt u anders naar die periode/gebeurtenissen vanuit uw positie als historicus dan uw omgeving?

MK: Ik denk dat het historicus zijn wel een rol speelt, zoals de dingen in een bredere context kaderen. Ik ben zelf van West-Duitsland afkomstig, en er waren in West-Duitsland twee verschillende groepen. Ik denk dat voor het grootste deel van West-Duitsland, Oost-Duitsland geen rol meer speelde, dat het een soort exotisch land was. Wij hadden wel familie in Oost-Duitsland, we zijn er ook elk jaar geweest. Ik heb nog heel intense herinneringen aan het passeren van de Berlijnse Muur. Ik vond het altijd heel… ja, een beetje tijdreizen. Het was een maatschappij die heel anders functioneerde dan hoe jij het gewoon was. Die ervaring speelde wel altijd een grote rol, het is ook iets dat ik later nooit meer heb meegemaakt. Later, als historicus, kijk je natuurlijk meer naar de grote lijnen, een Europese context, we weten ook meer over onderhandelingen en dergelijke. Dat wisten we toen uiteraard allemaal niet. Op 4, 5, 6, november wisten we helemaal niet waar de geschiedenis naartoe ging, dat kan je nu makkelijk zeggen, maar wat betekende dat eigenlijk? Het is geen evidente oefening je terug in die positie te plaatsen.

HERMES: Vindt u het vanuit uw beroep als historicus belangrijk om u te mengen in het debat over andere maatschappelijke of politieke kwestie of zegeviert de strikte objectiviteit voor u?

MK: Ik denk dat 100% objectief of neutraal niet bestaat, je hebt altijd je overtuiging. Dat neemt niet weg dat je probeert zo degelijk mogelijk je onderzoek te doen, afstand te nemen, te verantwoorden. Ik vind het wel belangrijk dat je je stem kan laten horen als historicus. Je moet natuurlijk opletten, ik heb dat niet zo vaak gedaan, maar als je interviews geeft voor de media, dan is het heel moeilijk een genuanceerd antwoord mee te geven. Ze werken daar gewoon heel anders. Je moet je gewoon afvragen wat kan ik nog verantwoorden, wat kan ik niet meer verantwoorden. Soms is het zo zwart-wit dat je je naam er gewoon niet aan wilt geven. Het is een soort afweging tussen onderzoek in de nauwere zin en deelnemen aan het bredere discours. Als historicus van de hedendaagse tijd vind ik het ook vanzelfsprekend dat je bijdraagt tot de discussies van vandaag.

HERMES: In uw lessen vorig jaar was er aandacht voor ecologische geschiedenis. Is dat iets dat u zelf nauw aan het hart ligt of is dat een verplicht thema?

MK: Het is sowieso belangrijk. Ik vind het ook heel boeiend omdat het natuurlijk ook zo is dat de geschiedschrijving over en de milieubeweging zelf tegelijkertijd zijn opgekomen. In die zin is dat interessant om te tonen hoe eigentijdse geschiedschrijving functioneert. Het is een heel dynamisch veld waarin elk jaar tientallen studies verschijnen, en we hebben maar een aantal uurtjes. Het is altijd afwegen, je kan er steeds meer tijd aan besteden. Mijn bedoeling is de studenten er vertrouwd aan maken en zeggen kijk dit bestaat, het is de moeite je er verder in te verdiepen. Ik kan enkel de oppervlakte bekijken. Je zou er natuurlijk een heel vak over kunnen geven.

HERMES: We hebben nu een president in de VS die niet gelooft in de opwarming. Gaat u er dan anders mee omgaan?

MK: Ik denk dat je dat sowieso doet, aanstippen dat het een actueel thema is en dan kun je misschien dat als aanleiding gebruiken om de belangstelling voor het thema aan te tonen. Het kan dus zeker een goede aanleiding zijn om hierover te beginnen. We kunnen in het college niet spreken over klimaatverandering, wat zijn de redenen etc, dat zijn andere disciplines. Maar je kan natuurlijk wel sterker erop ingaan waarom het zo een politiek onderwerp is. Wanneer de Amerikaanse president stelt dat hij er niet in gelooft dan gaat het er natuurlijk minder over dat hij bepaalde resultaten niet gelooft, maar omdat hij dat als een soort symbool gebruikt in een bepaalde maatschappelijke discussie. Dat is voor het college interessant. Opnieuw is het afwegen, je mag niet te snel naar de actualiteit verwijzen en dan zeggen dat het enkel om actuele thema’s gaat. Je moet steeds het historische erin verwerken.

HERMES: U bent prof, u doceert, maar u onderzoekt ook zelf. Waarover gaat uw eigen onderzoek?

MK: Ik heb eigenlijk twee grote thema’s. Een is afkomstig van mijn doctoraat, dat ging over de monarchie in Duitsland en hoe die door de opkomst van de massamedia, in het bijzonder de pers, veranderde. Ik heb de schandalen bekeken en vanuit mijn doctoraat dan naar verschillende uitingen van de massamedia gekeken. Ik heb een doctoraat lopend over het thema hoe politici zich eind 19de eeuw probeerden aan te passen aan de massamedia. Dat is het eerste grote thema. Het tweede, sinds enkele jaren al, is een onderzoek waarin ik kijk naar opkomst van moderne, modernistische architectuur om van daaruit te vragen hoe het komt dat in de jaren 20-30 een bepaalde groep van architecten maatschappelijke, politieke en culturele spelers werden. Wat vertelt dat over de opkomst van planning, nationalisering, social engineering en meer algemeen de rol van experten in de Europese geschiedenis eigenlijk. Daarin denk ik dat de architecten een bijzonder interessante groep vormen. Dat is een studie die ik hopelijk snel zal afsluiten. Dat krijgen jullie vaker te horen van proffen natuurlijk (lacht).

HERMES: Hoe kijkt u dan naar het Belgische koningshuis? Er is  toch veel rond te doen in België.

MK: Het is een interessant geval omdat de integratie van België, als toch redelijk artificiële, nieuwe staat, in grote mate door het koningshuis is gebeurd, in zekere zin ook heel succesvol. Het lijkt alsof dat proces tot een einde komt en dat het koningshuis die rol niet meer kan spelen. De transformatie die in andere landen,  zoals de Scandinavische landen en Nederland, wel gelukt is, is in België minder succesvol. Dan kan je je afvragen of dat ligt aan het koningshuis zelf, de schandalen, gebrek aan charisma, of ligt dat aan de ingewikkelde situatie van België, het communautaire, bepaalde structuren die het moeilijker maken voor het koningshuis. Ik vind het een interessant geval.

HERMES: Welk doel zou je graag nog bereiken in je leven. Academisch en/of persoonlijk?

MK: Oei oei (lacht). Dat is een goede vraag. We zijn zo sterk bezig met de dagelijkse taken dat er weinig tijd is om over de grote vragen na te denken. Academische gezien kan ik aan een twee à drie interessante boeken denken die ik graag zou schrijven. Ik denk dat wij hier binnen MoSa (onderzoekseenheid moderniteit en samenleving, nvdr) nog veel interessante projecten kunnen ontwikkelen. Dat is zeker een uitdaging om de tijd vrij te maken. Zeker om durven te denken, dat is iets wat wij vaak te weinig doen. Het is een algemeen doel, maar afstand nemen en from scratch iets bedenken.

HERMES: Twee a drie interessante boeken, stel u krijgt vijf volle  jaren de tijd, geld zoveel u wilt. Welk boek schrijft u?

MK: Je kan als historicus heel weinig doen met geld heb ik gemerkt. Je moet het echt zelf doen. Als je naar de politieke geschiedenis van de 20ste eeuw kijkt, en hoe politiek leiderschap in die periode veranderde, dat je daarover wel een of twee interessante boeken kan schrijven. Ik denk ook, maar dat is misschien eerder iets voor mijn emeritaat, dat je met sportgeschiedenis, voetbal, dat je daaromtrent ook interessante dingen kan doen. Niet per se met voetbal zelf, maar voetbal als aanleiding voor maatschappelijk veranderingen. De geschiedenis van een club kan ook een enorm complex verhaal vertellen. Jullie zien het, dat zijn vragen waarover we weinig nadenken (lacht). Ik denk dat dat voor de meeste collega’s wel geldt. Ik heb dat zeker de voorbije 4 jaar gemerkt. De eerste 2 jaren waren enorm intens, een nieuwe taal leren, een nieuw onderwijsstelsel begrijpen. Het is eigenlijk pas nu, sinds enkele maanden, dat ik de mogelijkheid heb om iets breder te kijken.

© de Hermesredactie

alle rechten voorbehouden aan de redactie

 

Geef een reactie