Herkomst met Hermes: De ‘Witte’ Deur

aspecten des levens, blijven er echter nog vragen waar de ratio en empirisch wetenschappelijke methode maar weinig vat op lijken te krijgen. Zo krabben we met de handen in het haar van zodra de vraag naar de oorsprong van het universum zich stelt, kijken we verweesd en hulpeloos bij het vraagstuk rond het bestaan van God, krijgen we het ondenkbaar moeilijk wanneer iemand vertelt dat de tv-zender éen op drie staat in hun programmagids, en tot slot: waarom is de witte deur van de Fak rood? Wij trachtten voor jullie dit thema tot op de bodem uit te spitten zodat jullie nooit meer met jullie jeugdige mond vol tanden contempleren over dit probleem. Dit onderzoek ligt dan ook nergens minder dan in de verklarende traditie die het mensdom sinds de Verlichting kenmerkt.

SEM VAN EYCK EN MILAN VANDERMEULEN

Naar de volgorde die het wetenschappelijk medium Wikipedia hanteert, zoeken we eerst naar een etymologische verklaring van onze probleemstelling. Zo spreekt de Noorse sage van de “Heimskringla” van het woord “Hálfviti” wat daarin geëxpliciteerd wordt als hellevuur (dus rood). De Leuvense archieven suggereren dat de ogenschijnlijke jonge deur echter sinds de zesde eeuw reeds bestond: De achterkleinzoon van Clovis, Cloczak, zou deze doorgang gebouwd hebben nadat hij de heidense pastor van Leuven verslagen had. Deze “poort” verwees naar poorten van de Hel en er werd dan ook het woord “hálfviti” in gekerfd. De Frankische edelman liet de pastor door de deur stappen waarna hij in een diepe kuil viel, waarin de krijgers hun excrementen ten gevolge van de vertering deden. (Deze traditie wordt door sommigen nog steeds in stand gehouden: zie Vergeetput) Het vermoeden gaat dus op dat het Oud-Germaanse woord na verloop van tijd haar betekenis voor de inheemse bevolking en deze dacht dat het woord “wit” betekende, al onderzochten we ook andere pistes. ( “hálfviti” –> wit) (Door het contrast tussen de naam en de kleur van de deur, raakte Leuven in een toestand van pathologische twijfel. Bijna overwonnen, verslechterde de toestand toen het adagium van Descartes bekendheid kreeg in de Zuidelijke Nederlanden.)

Het bestaande bronnenbestand in de stadsarchieven van Leuven wierp ook licht op een tweede mogelijkheid. Omstreeks 1200 v.c., rond de middag, ontving een bouwbedrijf uit Troje een aanvraag tot offerte voor het bouwen van een witte deur vanuit een niet nader geïdentificeerde hut en opeenhoping van stenen die ooit een stad zouden hebben gevormd rond een kampvuur in het Hageland. Zaakvoerder van de firma in kwestie, Het Houten Paerd (eigen vertaling), Aeneas De Timmeraar, berekende de prijs en stuurde deze op naar de aanvrager. Deze gaf zijn akkoord daags nadien, nadat de burgemeester van de hoop stenen en het kampvuur, Geert, instemde en het schepencollege kon overtuigen hier budget voor vrij te maken. Aeneas en zijn ploeg vertrokken te pootjes en na amper drie maanden arriveerde de bonte bende in onze contreien. Helaas liepen de werken bij aanvang al vertraging op daar Lompititius vlak voor het oversteken van de ring besefte dat hij zijn elektrisch deken aan had laten staan. Natuurlijk was er geen elektriciteit omstreeks 1200 v.c. en dus was vuur het element dat voor verwarming zorgde in dergelijke lakens, u begrijpt hoe gevaarlijk dit was en nog meer dat Aeneas en co in alle rapte moesten terugkeren. Zes maanden later konden de werken dan definitief beginnen. Oef. Na het vervaardigen van de deur kreeg Aeneas honger als een paard, dus koos hij ervoor de beschildering van De Witte Deur uit te besteden aan Daltonismus, die door een administratieve fout niet van het Taygetusgebergte werd gegooid als zuigeling. Aangezien ieders naam toentertijd gepaard ging met Analfabetus als middennaam, was een succesverhaal uitgesloten.

Naast deze linguïstische en historische verklaringsmodellen die door auteurs met terreinkennis het meest plausibel geacht worden, bestaan er andere wetenschappelijke benaderingen door verschillende wetenschappelijke disciplines. Logici bijvoorbeeld beschouwen het simpelweg als een vorm van spot of ironie, een andere tak als een deur die ooit wit was en later overschilderd is. Zij spanden echter het paard achter de wagen, daar ironie pas uitgevonden werd door Ironimus Bosch in 1502. (Verstoteling nadat hij het familieportret in een wei afbeeldde) Ook dat de deur ooit wit was, is klinkklare o n z i n , aangezien de tekst “witte deur” in het wit staat en dit dus niet samengaat met een witte deur. Omdat onderzoek naar één van de grootste vragen binnen de regionale geschiedenis hierbij nog niet tot een finaal antwoord kwam, hoopt deze these een startpunt te zijn voor verdere studies. Bovendien vormt dit onderwerp een blijvend interessepunt voor de auteurs die bijgevolg ideeën inzake nieuwe verklaringspistes met verheugenis vernemen.

 

 

Geef een reactie