Een inkijk, in dingen die ik haat (deel III)

Als je dacht dat 2 delen genoeg was om mijn haat jegens de wereld te uiten, denk dan nog maar eens. Zoals reeds vastgesteld door mezelf: ik ben een chagrijnige zak en het ouder worden doet dat geen goed. Ramses Shaffey zong ooit in zijn gekende sierlijk charmante stijl “hou een hart vol warmte en vol liefde in je borst”, een bedrieglijk aantrekkelijk dictaat. Liefde is echter een emotie die me zelden overvallen is, dus transfereer ik al mijn gevoelens op objecten/personen/gebeurtenissen/woorden die mij lichtjes tot matig tot extreem hard irriteren. Ik poog u hierbij dan ook in te leiden in de elementen die mij op dagelijkse basis bezig houden en me helpen mijn ruwe imago van ongenaakbaarheid hoog te houden. Veel plezier.

MILAN VANDERMEULEN

Om meteen te openen met een klepper: Kerstmis. Ja, wees maar zeker, het zit er weer aan te komen. Bij het verdwijnen van de heerlijke nazomerzon der oktober, de verkrachting van een aangename temperatuur door de alles verscheurende koude, het wegkwijnen van de groene bladeren aan de bomen en het wederkerige politieke agendapunt van ‘winteruur’, wint de Rooms- Katholieke kerk aan momentum door haar judeo- christelijke tradities op te dringen aan elke huiskamer die Vlaanderen (en omstreken) rijk is. Plots wisselen woorden en symbolismen makkelijk van betekenis: Een versierde dode den in augustus wordt gezien als ‘niet normaal’, in december is het een verplicht meubelstuk. Een kip mag zonder schroom en in een fractie van een seconde ‘parelhoen’ heten. Als ik op een normale dag als deze mezelf verwen door een aperitiefje te drinken voor mijn exuberante middagmaal, wordt mij van alle soorten alcoholisme verweten. In de nadagen van december transformeert die definitie subtiel en conflictloos naar ‘familiefeest’. Twee maten, twee gewichten zeg ik u.

Een verkoudheid. Elk jaar bij het wederkeren van de kou, overvalt mij steeds dezelfde gedachte: ik ga de winter niet overleven. De constellatie van mijn lichaam is gedurende het hele jaar dan wel een tere status quo, een fijn afgestelde machine waarin de minste verstoring van de balans tot verstrekkende consequenties kan leiden, maar in deze natte dagen van vriestemperaturen, durft dit zich al eens slaafs als een vogel voor de kat onderwerpen aan een leger van virussen die zich eigen maken over mijn lief en leed, mijn lichaam en geest, mijn leven. Mijn stem zakt in mijn schoenen, waar het gezelschap wordt gehouden door mijn moed die aldaar haar domicilieadres heeft, mijn neus getuigt van een vochtproductie waar ngo’s die waterputten graven in diep Afrika enkel jaloers op kunnen zijn en de overvloed aan koortsdromen herinnert me weer aan hoe het voelt om dromen te hebben, maar bezorgt me terzelfdertijd de argumenten om nooit meer te willen dromen. Wat een verkoudheid onderscheidt van pakweg kanker of aids, is dat er tegen de eerstgenoemde geen enkel medicament bestaat. Waar blijven de lintjes voor deze ziekte? Verdomme.

Mijn stem zakt in mijn schoenen, waar het gezelschap wordt gehouden door mijn moed die aldaar haar domicilieadres
heeft en mijn neus getuigt van een vochtproductie waar ngo’s die waterputten graven in diep Afrika enkel jaloers op kunnen zijn

De tanende interesse in koffie bij de jeugd enerzijds vs. het copieuze gezwans hierover bij het andere segment van diezelfde jeugd. Hier zou ik zowaar diep triest van worden. In kamp 1 bevinden zich zij die denken geen koffie nodig te hebben, of erger: het niet lusten. Deze mensen geven vaak blijk van een slap en leugenachtig karakter. Zij beginnen hun dag niet met een dampende kop zwart goud, maar opteren voor een sap op basis van vruchten, of erger: water. Zij denken dat zij zich het essentiële toestel dat ‘de koffiezet’ heet niet dienen aan te schaffen, hetgeen vanzelfsprekend enkel negatieve nawerkingen heeft. Zo gebeurt het dat ik, Milan Vandermeulen, ergens op bezoek ga en de gastheer in kwestie mijn GEEN. Kop. Koffie. (!) kan aanbieden. Hoe verwachten dergelijke bastaards dat ik wakker blijf? Ik ben geen magiër. In kamp 2 tenslotte bevinden zich de jeugdigen die zo mogelijks nog erger zijn: zelfverklaarde barvistas. Zij besloten op een grauwe dag dat het niet volstaat koffie in een tas te gieten en vervolgens met een krantje of sigaretje te genieten van de zelf gebrouwen vloeistof, nee. Allerlei variaties van melk, suiker, kruiden, blaadjes, poeders of andere zuivelproductendiendendekoffietevervolledigen.De normale kop was ook niet goed genoeg: voortaan kon je koffie drinken uit normale glazen, confituurpotten, pannen, zeven, pollepels, vismessen you name it. Tenslotte moest ook de naam koffie eraan geloven. Cappuccino, cafe americano, espresso macchito, gingerbread latte mocha frappucino di chocolate zucchero diabetici, gadverdamme. Onderschot deze beëlzebubs niet: zij vormen de economische bovenbouw van de maatschappij en kregen het bijvoorbeeld sociaal geaccepteerd dat we 6 euro of meer voor een halve tas koffie betalen. Koffiedrinkers aller landen, verenigt u!

Ik nader de toegestane limiet van dit artikel. Al zwetend en furieus moet ik mezelf weer bedwingen en stoppen de razernij van mijn bestaan zo openbaar op straat te gooien. Wie verdere vragen heeft over bovenstaande boodschap, kan mijn steeds bereiken op een willekeurig moment van een willekeurige dag in de fak (grote kans dat ik daar ben). Wie een diep gevoel van medelijden voelt voor mij, kan natuurlijk steeds overgaan naar mij trakteren op een Duveltje (subtiele aanbeveling aan iedereen die mij wil paaien). Tot snel, beste fans. Ik heb gezegd.

Milan Vandermeulen

Milan mag zich ondertussen historicus noemen, maar bleef redacteur bij Hermes. Hij volgt de actualiteit, denkt er het zijne van, maar heeft het vaak enorm moeilijk met de mensheid en haar oneindige lompheid.

Geef een reactie