Hermes Hekelt: Pauscollege

Bam, het is eruit. Wat hieronder zal geschieden, is niets minder dan de verwoording van sentimenten die sedert jaren liggen pruttelen in de ideologie van elke weldenkende student. Het gaat over een diepgewortelde haat jegens een ‘kot’, een afkeer die als bouillon doorheen de verschillende academiejaren lag te trekken in de krochten van ieders grijze massa en in deze bijdrage voor het eerst als een letterlijke polemische soep aan tafel zal worden gebracht. Er wordt over mij gezegd dat ik graag overdrijf, een mij toegeschreven kwaliteit die ik in normale omstandigheden niet zal bevechten en zelfs beschouw als compliment. Echter, alles wat in dit stuk wordt geponeerd, meen ik. Met heel m’n hart.

MILAN VANDERMEULEN

Voor de bewoners van het befaamde Pauscollege gaat het eigenlijk al mis in hun opvoeding. Ik wil niet te hard uitweiden over de menselijke behavioristische psychologie, over voorwaardelijke reflexen, maar in die existentiële rayon tekent zich een interessant verschijnsel af hetgeen de homo pauscolligicus van haar medemensen onderscheidt. In normale omstandigheden is het zo dat we de fysionomische prikkel ervaren van ‘naar het toilet moeten gaan’, een aankondiging die gebeurt door de realisatie van ons lichaam dat onze blaas vol zit. Vervolgens trekken we richting een sanitaire gelegenheid. In uitzonderlijke gevallen treffen we aldaar zulk een lange wachtrij aan, dat het ons frustreert tot in het diepste van onze genen (prikkel B), wat finaal resulteert in een potje WC-breken. Nu, ergens en route van de ‘opvoeding’ van deze mensen, maakte de klassieke conditionering zich heer en meester van hun plasritueel. De gevolgen zijn bekend: telkens maal als deze heren de drang voelen hun respectievelijke penissen boven een pisbak te hangen met het oog op lediging, gaat dit gepaard met een onvoorwaardelijke afbreken van die pisbak. Het is een gekke kronkel van de natuur.

‘Het is maar om te lachten’ is een vaak gebruikt excuus van vele zwakzinnige prulleventen. Humor is natuurlijk relatief aan het niveau van volwassenheid waarop je intussen zit. Zo begrijp ik niet wat er zo amusant is aan de rammelaar, maar het schijnt de baby te vermaken.

En dan is er nog hun meest recente stoot: de praesidiumpullen-diefstallen. Het klinkt als een matig boek van Pieter Aspe (excuses voor het pleonasme), maar voor vele kringen was het de afgelopen weken bittere realiteit. Jawel, de heren van het Pauscollege, die doorgaans inderdaad op een heel andere planeet wonen wanneer het over wat grappig is gaat, zagen er wel de lol van in zoveel mogelijk praesidiumpullen te laten stelen door hun schachten. Begrijpen wie begrijpen kan. Mijn grote grootvader heeft ooit een succesvolle poging ondernomen de wereld in een krachtige zin samen te vatten: “ge moet ni proberen denken gelijk die mensen want die mensen denken niet gelijk wij’. Spot on. Pauscollege is de blauwdruk van het onbegrip door de weldenkenden onder ons. ‘Het is maar om te lachten’ is een vaak gebruikt excuus van vele zwakzinnige prulleventen. Humor is natuurlijk relatief aan het niveau van volwassenheid waarop je intussen zit. Zo begrijp ik niet wat er zo amusant is aan de rammelaar, maar het schijnt de baby te vermaken.

Nog iets: jullie zijn geen kring, geen club. Jullie zijn een verijdeld kot, maar door de subtiele verwarring op het locutionaire niveau van de taaldaad in jullie naam (“Pauscollege”), geven jullie immers blijk van goede christenen te zijn. Menig overbezorgd huismoeder sukkelde zo mee in het cynisme en stuurde haar kleine Gautier richting jullie armen. Verblind door de leugens van deugdzaamheid en goede werken die jullie naam laat vermoeden, dreef maman haar poulain zo in de criminaliteit. Hier dringt een vraag zich op: ga je als crapuul naar het Pauscollege of maken ze dat daar van je? Stof voor een grondig causaal onderzoek.

Studenten moeten natuurlijk af en toe de grenzen van het toegestane aftasten. Zo sneuvelt er al eens een verkeersbord, breken we al eens met de wetten omtrent nachtlawaai, de bepalingen omtrent openbaar dronkenschap interpreteren we als niet-bindende aanbevelingen en niet zelden worden we wakker met de realisatie dat we weer dat befaamde ene pintje te veel hebben gedronken. We doen het allemaal met het hart op de juiste plaats en vanuit de realisatie dat we het geschenk van de ultieme vrijheid slechts voor een aantal jaar toegeschreven krijgen. Dat betekent echter niet dat het toegestaan is om in het wilde weg om je heen te slaan, verblind door je zelf aangemeten superioriteit, bevangen door je eigen waanzin en gecorrumpeerd door een sterk doorgedreven gevoel van nalatigheid ten aanzien van je eigen omgeving. Leuven is je liever kwijt dan rijk, en dat heb je volledig aan jezelf te danken. Goedendag nog.

Milan Vandermeulen

Milan mag zich ondertussen historicus noemen, maar bleef redacteur bij Hermes. Hij volgt de actualiteit, denkt er het zijne van, maar heeft het vaak enorm moeilijk met de mensheid en haar oneindige lompheid.

Geef een reactie