Een inkijk, in dingen die ik haat (deel IV)

Hier ben ik weer. Ik hoef mezelf intussen niet meer voor te stellen denk ik, mijn naam is Milan en ik heb een liefde voor haat. Ik ga niet te veel tijd besteden aan mijn inleiding, ergens naar het einde toe ben ik plots beginnen schrijven over de Belgische kust hetgeen toch meer plaats vroeg dan ik geschat had. Daarom beginnen we er meteen aan. Veel plezier.

MILAN VANDERMEULEN

Heten/noemen-fouten. Ik geef graag toe dat ik niet de beste speller ben die onze Melkweg rijk is. Zo zal u in mijn geliefde Hermes regelmatig tegen op een foutje botsen. Er zijn echter twee soorten inbreuken op de Nederlandse taal die ik niet kan tolereren, respectievelijke dt-fouten en de, zo blijkt gordiaanse, heten/noemen dualiteit. Ik beperk me hier tot die laatste, daar ik hier in mijn dagelijkse conversaties met mijn soortgenoten vaker mee in aanraking kom (al hoor ik ook dt-fouten, geen zever). Heten/noemen-fouten hebben nogal wat weg van een bh rond je balzak aandoen. Men weet dat hetgeen men gebruikt een zeker doel en bepaalde betekenis heeft, maar wendt het alsnog verkeerd aan. Inderdaad: de twee befaamde woorden kunnen niet om het even waar of wanneer elkaar substitueren: er is een juiste context, maar belangrijker: ook een foute. Voor eens en voor altijd: een bh gaat rond je bor… euh, ik bedoel noemen = passief, heten = actief.

De subtiele diffusie die optreedt bij de acceptatie van tijdsrelativiteit en het niet kunnen loskomen hieruit wanneer het variabele en temporele aspect van ‘het weer’ in de vergelijking wordt gevoegd. Moeilijke zin. Ik leg het even uit. Stel: je gaat een ommetje maken, blokje kaas kopen, pintje drinken in de fak, wandelen met je dwergcavia, you name it. Je trekt je jas aan, maar neemt het weloverwogen besluit de bijhorende sjaal niet te storen en aan de kapstok te laten hangen. Iemand, meestal je moeder, wordt gewaar van je vertrekt uit de ruimte richting buitenlucht en kan het niet nalaten iets te zeggen à la: “moet gij gene sjaal aandoen”, je antwoordt, even helder als kort luidt: “nee”. Plotseling, wanneer je op je zwakst bent, kaatst je mede discutant de bal terug en spuit: “Maar ale, ze geven morgen -2°!”. Fijn, bedankt. Het is de wetenschap tot nader orde onduidelijk welke relevantie het weer van morgen heeft op de vestimentaire keuzes die ik vandaag dien te maken. Ook het gezond verstand en de logica nemen een flinke duik richting de ongerijmdheid bij het horen van dergelijke argumenten. Het weer is een beetje als een lasagne van een paar dagen oud: het maakt niet uit hoe die gisteren was of er morgen zal uitzien, als hij vandaag zuur smaakt, moet ik mijn voorzorgen nemen.

Heten/noemen-fouten hebben nogal wat weg van een bh rond je balzak aandoen. Men weet dat hetgeen men gebruikt een zeker doel en bepaalde betekenis heeft, maar wendt het alsnog verkeerd aan.

Winterkwaaltjes. En nog geen klein beetje. Ik geef grief toe dat mijn dieet niet meteen behoort tot de adviezen van Sonja Kimpen of bij uitbreiding de minder toonaangevende World Health Organisation. Desondanks is de engelachtige kathedraal die mijn lichaam heet, gezegend met een wonderbaarlijk immuunsysteem, waardoor ik zelden echt ziek word. Oef. Of niet? Nee! Evolutionair voorbeeld dat ik ben, is mijn brein zodanig uitgerust dat het minste kwaaltje me ertoe aanzet te denken: ik ga dood. Lichte keelirritatie? Keelkanker. Been valt in slaap na drie kwartier op het toilet te zitten? Verstopte aders. Bloedende vinger na er per ongeluk met een mes in te snijden? Ebola. Ga zo maar verder. Je raadt het, de typische ziekte(tje)s die typisch optreden wanneer de zon naar de andere kant van de aardbol verhuist en de temperatuur het laat afweten zijn in mijn bescheiden mening dan ook geen zaak van fysieke gezondheid, maar een zuivere kwestie van levenskwaliteit. Het zou de bacteriën en virussen aller landen sieren mij de volgende jaren over te slaan.

De Belgische kust. Gadver. Laat ons beginnen met een politieke kwestie hieromtrent. Ik weet dat sommige N-VA’ers de rillingen krijgen bij het horen van “Belgische kust” en dan ook pleiten hun doorn te vervangen door “Vlaamse”. Als ik Waals was, ik ging volmondig akkoord. Nee, ik wil geen verantwoordelijkheid nemen voor dit stuk gedrocht dat veel weg heeft van een kleibeeld gemaakt uit een mélange van spauw van Schmiegel en de Olifantenman na het eten van zure haring, ansjovis en een steak bearnaise die drie dagen heeft mogen rijpen in de vlakke zon. Dat er geen handboeken bestaan die de objectiviteit van esthetiek kunnen staven, dat weet ik. Genomen dat dit er wel was, ben ik vrij zeker dat we nérgens hierin de volgende zin zullen aantreffen: “het is steeds mooier als we elke natuurlijke duin en aanstalten tot helmgras weghalen. Daarbij hoort wel dat we de vrijgekomen ruimte gebruiken: men zou immers het risico lopen terug natuurlijke groei van flora te verkrijgen. Doe daarop het volgende: giet de vacante plaats vol beton en vervolgens kom je tot de belangrijkste stap, namelijk het zonder duidelijke reden compromisloos volledig volsmijten van de duik met appartementsblokken die bij voorkeur allen dezelfde ‘ik-lig-op-palliatieve-zorgen-huidskleur’ hebben. Je zal merken dat er daarvoor nog plaats is, geen nood! Trek voldoende 8 jarigen aan en verhuur gocarts zodat op de duik wandelen en nog proberen iets moois te maken van je trip steeds het gevaar inhoudt het risico lopen integraal onderuit te worden gereden door een snotneus met Geox schoenen. De Belgische kust heeft evenveel gevoel voor esthetiek als de gemiddelde 80-jarige kunde heeft van de drie afstandsbedieningen op zijn of haar salontafel.

Dit was het, tot de volgende, beste fans

Milan Vandermeulen

Milan mag zich ondertussen historicus noemen, maar bleef redacteur bij Hermes. Hij volgt de actualiteit, denkt er het zijne van, maar heeft het vaak enorm moeilijk met de mensheid en haar oneindige lompheid.

Geef een reactie