Hermes Hekelt: “Schoonheid is relatief”

Men worde regelmatig om de oren geslagen met allerlei onzin. Leven is een inspanning, en zoals deze vergaan, brengen ze gebruikssporen aan op het subject dat zich hiertoe verbindt. Wie bijvoorbeeld veel stapt, krijt blaren. Wie leeft, stoot regelmatig aan tegen hele gamma’s van idioterie. Zo simpel is het. Ik kan me om dit te staven beroepen op de wet van de toenemende entropie en van hieruit verklaren hoe veel leven gepaard gaat met een steeds sterker verval, maar dat zou ons te ver leiden. Laten we eerder zeggen dat elk van ons regelmatig het afval geproduceerd door en in onze existentie dient te verwijderen. Soms, en vaker dan me lief is, scheuren de vuilzakken. Kenmerkend hieraan is dat dit alles behalve discreet gebeurt en er door de sneeën al eens van dat typisch, stinkend, bruin, siroopachtig vuilzakkensap durft sijpelen. Vertaald naar het alledaags leven, uit zich dat in de vorm van onzinnige uitspraken. “schoonheid is relatief” is er daar een van.

Door MILAN VANDERMEULEN 

Want nee, dat is het niet helemaal. Natuurlijk is deze uitspraak wel relatief: smaken en kleuren kunnen verschillen. Ik wil echter graag beargumenteren dat er wel degelijk een minimalistisch-objectief esthetische basis bestaat en meer nog, dat deze ons alledaagse leven volkomen bepaalt. Doorheen de rest van dit vertoog zal ik aan de hand van enkele uit het leven gegrepen scenario’s aantonen hoe we dit nu juist dienen te verstaan. Ga rustig zitten, haal jezelf nog snel een drankje en noteer.

Ongeveer een jaar geleden bevond ik me in een of ander metrostation te Antwerpen. Nu, voor ik verder ga, komen we al bij een eerste belangrijk raakvlak dat alle strekkingen der stijlen met elkaar verbindt: Antwerpen is de stad die uit Marc Didden komt als je hem Brugge en 7 kilo pruimen laat eten. Het is de synthese van een lagedrukgebied, een vlek op de zetel van een lijn bus, de scene waarin Bambi’s moeder sterft en de kleur beige. Als een kunstenaar door deze stad loopt en hem vervolgens gevraagd wordt zich erdoor te laten inspireren, zou het eindresultaat prozac zijn. Dat gezegd zijnde: het metrostation. Reeds bij intrede voelde ik gestaag maar zeker de laatste restjes levenslust ontsnappen langs de vele gaten die mijn lichaam bezit. Een korte enquête afgenomen binnen mijn reisgezelschap bracht al snel aan het licht dat troosteloos volledig unaniem werd verheven tot nieuwe naam van de plaats. Moraal van het verhaal: over iets extreem lelijk kunnen we het heel makkelijk allemaal eens zijn.

Antwerpen is de stad die uit Marc Didden komt als je hem Brugge en 7 kilo pruimen laat eten. Het is de synthese van een lagedrukgebied, een vlek op de zetel van een lijn bus, de scene waarin Bambi’s moeder sterft en de kleur beige.

Het zou hoegenaamd krankzinnig zijn te poneren dat het kapitalisme geen wortel heeft geschoten in deze contreien. Mede daardoor worden onze winkelstraten en toekomstig te rooien bossen niet zelden gekenmerkt door het fenomeen dat we ‘ketens’ noemen. Het zijn gigantische bedrijven die door een state of the art businessplan, slimme investeringen, Thaise kind arbeiders, gerichte allocatie, maffe promo’s en spitsvondige marketing die godzijdank voor ons bepaalt wat we nodig hebben niet meer weg te denken zijn uit ons leven. Dergelijke verschijnselen kunnen maar gedijen door, u raadt het, een objectieve basis van esthetiek. H&M, C&A, Esprit… ze bereiken een massapubliek met slechts een handvol kledinglijnen. Hoe kan dat? Wel ja… Ander voorbeeld: Ikea. Ik spreek mezelf enigszins tegen als ik zeg dat ik deze winkels en hun meubels met passie haat en het feit dat mijn voeten momenteel op een salontafel afkomstig van aldaar rusten, ergert me elke dag een beetje meer. Ze zijn saai en iedereen heeft ze. Bah. Maar goed, niet iedereen wil zoals ik zijn/haar leven slijten als een Victoriaanse vrouw met verzamelzucht, en zelfs vanuit mijn all-that-glitters-is-gold decoratie-filosofie, moet ik zeggen dat de collectie van Ikea dan wel eentonig, maar niet lelijk is. Ook deze keten heeft een beperkt aanbod, maar trekt een massapubliek. Waarom? Moet ik het echt nog eens zeggen?

Zo heb ik succesvol bewezen dat esthetiek niet volledig doordesemd is van relativiteit. De volgende keer dat u zichzelf op een tentoonstelling voor moderne kunst bevindt en een of ander zelfverklaarde kenner vanuit zijn/haar verheven ego boos fulmineert tegen jou omdat je het lelijk vindt en afkomt met “schoonheid is relatief”, lees hem dit stuk voor. Over bombastische renaissanceschilderijen, de Vlaamse Meesters, de barok…  zijn we het allemaal eens. Want… Ik wens jullie nog een fijne dag en een gegronde haat tegen moderne kunst. Geen idee waarom ik dit er nu met de haren bijsleep, maar serieus.

 

Milan Vandermeulen

Milan mag zich ondertussen historicus noemen, maar bleef redacteur bij Hermes. Hij volgt de actualiteit, denkt er het zijne van, maar heeft het vaak enorm moeilijk met de mensheid en haar oneindige lompheid.

Geef een reactie