Deprecated: Function create_function() is deprecated in /customers/0/3/9/kringhistoria.be/httpd.www/hermes/wp-content/plugins/events-manager/widgets/em-events.php on line 208 Deprecated: Function create_function() is deprecated in /customers/0/3/9/kringhistoria.be/httpd.www/hermes/wp-content/plugins/events-manager/widgets/em-calendar.php on line 76 Livin’ La Vida Erasmus: Granada, Tussen droom en werkelijkheid, het went nooit – Hermes

Livin’ La Vida Erasmus: Granada, Tussen droom en werkelijkheid, het went nooit

Dinsdagmorgen, Granada, Spanje. Ik verlaat ons ‘Erasmushuisje’ doorheen de zonovergoten smalle straatjes van het Albaicín op weg naar de Coviran, een klein warenhuis enkele etages lager. Het Albaicín is de oude Arabische wijk waarin ik woon, gelegen tegen de bergwand van één van de drie heuvels waartegen Granada rust. Smalle trappen en steegjes kronkelen er tussen de huizen door, die doorheen de geschiedenis op, onder en naast elkaar gebouwd zijn. Een obra de arte. Een kunstwerk dat nooit went. Drie maanden ver in mijn Erasmusperiode voelt het immers nog steeds speciaal om hier rond te lopen. Ik mag inmiddels dan wel min of meer thuis zijn in het doolhof, iedere nieuwe hoogte die ik bereik op de heuvel biedt nog steeds een nieuw uitzicht over de stad. Bij iedere nieuwe mirador (Spaans voor ‘uitzichtpunt’) ervaar ik nog steeds bewondering en verwondering als ware het de eerste. De schoonheid van het zicht, van de stad die van de heuvels afgolft en voor zover het oog reikt een heel eind de vallei in rolt, het went nooit. Regenen doet het hier niet vaak, maar als het geregend heeft, spoed ik me vaak met mijn camera naar boven. Dan laat het heldere luchttapijt je immers pas echt toe te zien hoe ver de vallei strekt en maakt het wonderlijke kleurenpallet van de hemel het plaatje pas helemaal tot een obra de arte. Daar begint alvast mijn Erasmusdroom.

Door Victor Vandriessche

Doorheen de smalle straatjes sleur ik mezelf terug naar boven met een zak vol pasta, melk en andere levensnoodzakelijke middelen in mijn armen. Hoewel mijn kuiten inmiddels voelen als die van de meest getrainde trappenloper van het Westelijk halfrond, blijft het iedere keer toch een opluchting als ik boven aankom. Boven, dat is bij ons Erasmushuisje. Casa ni de coña, zoals we het zelf gedoopt hebben (met een vertaling die voor eigen interpretatie vatbaar is). Waar de meeste Erasmusstudenten in het centrum wonen en dus niet iedere dag de hele trappenpartij op en af hoeven te doen, ben ik toch blij met ons stekje in de Arabische wijk. Met een groot terras en heerlijk internationaal leefgezelschap ben ik er immers echt met mijn gat in de Spaanse boter gevallen. Het huisje zelf is eerder klein en telt twee verdiepen. Het bovenverdiep deel ik met een stoere Soedanese Ier en een avontuurlijke Amerikaan (door ons ‘Supertramp’ genoemd wegens zijn gelijkende looks met het bekende Into The Wild-hoofdpersonage). Beneden woont Senne, de joviale en sociale Belg aan wie ik mijn prachtige verblijfplaats te danken heb, samen met een olijke Zweed en een aimabele française. Alleen al het samenleven in deze kleine, gezellige Erasmuscocon is de hele ervaring waard. Samen eten, studeren en (terras)plezier maken: het zijn slechts enkele sleutelwoorden in Casa ni de coña.

Ik moet het dan ook toegeven. Het is een vakantiegevoel.

Mijn kamer in ons huisje is gelegen aan de terraskant en is volledig gericht op de zon, die er iedere dag in een halve cirkel omheen draait. Van ’s morgens tot ’s avonds gooit ze haar zonnestralen doorheen de grote ramen naar binnen. Het ziet er vaak echter een stuk mooier uit dan het voelt, want op de heetste zomerdagen brengt deze prachtige natuurlijke verlichting ook een ondraaglijke warmte met zich mee. Een keerzijde die ik er echter graag bijneem. Niets is immers heerlijker dan ’s morgens bij het ontwaken in het oosten de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada te zien, terwijl de zon over het gezicht streelt. Ook dat went immers nooit. Toch heb ik inmiddels al wel door dat het vakantiegevoel dat me voortdurend dreigt te overvallen een vals gevoel is. Van de vele clichés die er over Erasmus bestaan, kan ik – hoewel niet helemaal persoonlijk uitgetest – alvast bevestigen dat dat feesten en ‘poepen in het buitenland’ minstens gedeeltelijk waar is. Zelf heb ik ondertussen echter ook al mogen ondervinden dat zelfs in een ‘Club Med-land’ (zoals de Zuiderse Erasmuslanden wel eens euforisch/ jaloers genoemd worden) je als Erasmusser af en toe toch stevig moet werken. En daar komt de droom terug bij de werkelijkheid. Erasmus is in ieder geval tot veel meer te herleiden dan enkel een beschrijving van het nachtleven.

Estudiante Erasmus

Rond de middag vertrek ik naar de les. Een tochtje dat meer dan in Leuven iedere keer een hele onderneming is. Granada is, naast een toeristische trekpleister, net als Leuven een universiteitsstad, waarbij de Universidad de Granada (UGR) verspreid ligt over een groot deel van de stad. De Facultad de Filosofía y Letras (mijn faculteit) is echter gevestigd in Campus Cartuja, gelegen op een heuvel aan de rand van de stad. Die heuvel ligt van boven tot beneden en van oost tot west bezaaid met campussen van verschillende faculteiten. De Letterenfaculteit, waartoe ook alle instanties van geschiedenis behoren, is gelukkig één van de eersten op de weg naar boven. Desondanks blijft het iedere keer een hele beproeving om überhaupt in de les te raken. Het best zou je het misschien nog kunnen vergelijken met de weg die een KUL-student die in het centrum van Leuven gevestigd is, moet afleggen naar Heverlee, met dat verschil dan dat het laatste rechte eind naar Heverlee toe in het geval van Campus Cartuja in Granada kronkelend tegen een bergwand aangelegd is. Zeker naar het einde van de week toe voelt dat keer op keer als het beklimmen van de Mont Ventoux. Reeds in de eerste weken schafte ik me een mountainbike aan, omdat een uur op en af wandelen me net iets te veel leek en vertrouwen in Spaanse bussen van het begin een probleem vormde. Naast de stijgingspercentages die iedere keer overwonnen moeten worden, is Spanje echter allesbehalve voorzien op fietsers. Zo verkozen de oude Andalusiërs bij de aanleg van hun wegen bijvoorbeeld de iets minder toegankelijke kasseien boven gladlopend asfalt en moet je als fietser onderweg steeds de overweging maken of je nu beter op de weg of op het voetpad in de weg gaat rijden. Desondanks ben ik er totnogtoe altijd al geraakt, doorgaans bezweet en vaak te laat of te vroeg. Dat laatste maakt hier echter niet zoveel uit, want het tijdstip van aankomst van de profs varieert hier vaak evenveel als dat van de studenten.

‘het tijdstip van aankomst van de profs varieert hier vaak evenveel als dat van de studenten’

Eenmaal ik in de les geraakt ben, moet het vermoeiendste gedeelte echter nog komen. Het is vooral daar dat het opeens vanuit de droom bruut ontwaken is in de werkelijkheid. Die lessen zijn namelijk in het Spaans. Nu, het merendeel van de Spanjaarden kan nog minder goed Engels dan Louis Van Gaal, dus ook in het dagelijkse leven is het quasi onmogelijk overleven zonder enige kennis van de taal van de reggaeton (’s werelds meest beluisterde muziek). Taalproblemen zijn dan ook een rode draad doorheen het leven van de meeste Erasmussers hier. Ik denk dat ik inmiddels al wel enkele boeken kan schrijven over hilarische taalvergissingen of moeizame situaties, maar ik heb in mijn eerste maanden hier vooral al vaak gewenst dat ik voordien vaker een Spaans woordenboek had opengeslagen. Het is dan wel een zaligheid dat je in je eerste weken in staat bent tot een fundamentele basis van smalltalk en het bestellen van pintjes, maar het is ook veeleer een stimulans voor luilekker- en feestleven. De spijt van de gebrekkige voorbereiding ten spijt, zit er echter niets anders op dan iedere les opnieuw de uitdaging aan te gaan om het Spaans/Andalusisch gebrabbel op één of andere manier tot min of meer overzichtelijke nota’s te reproduceren. Eén van mijn grootste fouten hier was dan ook zonder twijfel om een vak op te nemen met een oude knar die een hele les in het Andalusisch aaneen brabbelt vanachter zijn lessenaar. Het Andalusische accent verstaan als beginner Spaans is immers hetzelfde als een beginner Nederlands die het platste Antwerps van Tourist LeMC probeert te ontcijferen – met dat verschil dat de snelheid van spreken van de Andalusiërs mogelijks zelfs nog een stuk hoger ligt. Hombre prevenido vale por dos, que sólo había conocido con anterioridad...

Drie uur in de namiddag inmiddels en ik verlaat de campus om enkele honderden meters lager padel te gaan spelen met een Fin, een Zweed en een Zwitser. Enkele honderden meters lager, want – o ironie – de sportinfrastructuur is het laagst gelegen op de Cartuja-heuvel. Padel is een Spaanse variant op tennis en squash en wordt met vier gespeeld op een klein veldje omgeven door vier glazen wanden. Hoewel voornamelijk onbekend in België, is de sport hier enorm populair. Sport en pocas palabras is hier overigens één van de andere rode draden doorheen Erasmus. Naast padel wordt er immers ook onder meer wekelijks gevoetbald op een klein kunstgrasveldje naast de padelterreinen. Onze grupo de futbol kwam al tot stand in de eerste week en telt inmiddels bijna 45 leden. Voetbal is immers een taal die iedereen spreekt, zeker in een voetbalgek land als Spanje waar de ene helft van de Erasmusstudenten nog met het Spaans sukkelt in de eerste weken en de andere helft geen Engels kan. Bovendien kan het voor de meesten geen kwaad om de calorieën te verbranden die ze vanzelf terugwinnen bij het genieten van de Spaanse eetcultuur of het feesten ’s nachts. Alle tijd lijkt hier in ieder geval gevuld te moeten worden, dus ik kan verzekeren: ik heb nog nooit zoveel gesport in mijn leven als de afgelopen maanden. Erasmus alleen maar feesten, zegt men?

Een andere rode draad doorheen Erasmus is, zoals het cliché wil, de administratie. Zeker in Spanje, ook wel ‘het land waar wereldrecords gebroken worden met gebrekkige bureaucratie’ genoemd. Na amper drie weken Erasmus kende ik het 12-nummerige cijfer van mijn ID al knal vanbuiten en inmiddels ben ik stilaan begonnen de kost van mijn Erasmus in bomen te berekenen. Spanjaarden komen vaak over als een lui volk en zeker qua vooruitgang op vlak van technologie kan dat kloppen. Computers draaien nog op Windows XP of Windows Vista en zowel het mailsysteem als het studentenplatform van de UGR zijn nog zo primitief dat het niet mogelijk is om bestanden van meer dan 15 MB te uploaden of verzenden. Spanjaarden regelen dan ook nog altijd het liefst alles op papier. Zo heb ik totnogtoe zelfs al mijn prácticas handgeschreven moeten indienen. Na de ergernissen van de eerste weken, is het stilaan dan ook vooral lachwekkend geworden. Inmiddels heb ik, denk ik, bijna evenveel tijd in het Oficina de relaciones internacionales van de UGR doorgebracht als op toilet (om enigszins een indicatie te geven). Tussen de lessen door nog rap dit of dat administratief in orde brengen, het is iets waar je vanzelf wel aan went hier. En dan te zeggen dat ik eigenlijk zelfs nog niet officieel geregistreerd ben in Spanje – iets waar de meeste Erasmussers zich overigens niet de moeite toe doen het in orde te brengen. Spanjaarden lijken het zelf in ieder geval niet echt belangrijk te vinden dat het allemaal rap geregeld is, dus het heeft geen zin om je erin op te jagen. En de moeite is de return in ieder geval meer dan waard.

‘Spanjaarden lijken het zelf in ieder geval niet echt belangrijk te vinden dat het allemaal rap geregeld is, dus het heeft geen zin om je erin op te jagen’

De dag gaat hier ondertussen voort en van half 6 tot half 10, na de siësta, heb ik opnieuw les. In totaal is dat hier zelfs zo’n twintig uur per week. Maar eerlijk is eerlijk: het niveau ligt hier wel een stuk lager dan in België. De achterstand die ik heb opgelopen in de eerste maanden, is dan ook vooral en alleen te wijten aan het studeren in een andere taal, want dat is allesbehalve een lachertje. Studiehulp kennen ze in Spanje echter niet, dus de manier waarop ik het beste alle opgelopen achterstand kan ophalen, is via persoonlijke gesprekken met professoren. Daarvoor zijn ze hier veel toegankelijker dan in België. Desondanks is er daarbij veel verschil in begrip ten opzichte van Erasmusstudenten. Zo mocht ik in mijn eerste maand aan den lijve ondervinden dat een prof mij midden in een gesprek gewoon achterliet en ging lopen, allicht uit frustratie voor mijn gebrekkig Spaans en in de wetenschap dat hij toch aan de andere kant van het gebouw zou zijn voor ik de woorden had gevonden om er iets van te zeggen... Les hebben in Spanje heeft echter in zijn geheel veel meer weg van dat op een middelbare of hogere school in België dan op dat van een universiteit. Dat begint al bij de aula’s, die doorgaans meer weghebben van Belgische klaslokalen. Daarnaast staat onder meer ook de helft van de punten die te verdienen zijn voor een vak op aanwezigheid, medewerking in de lessen en indienen van prácticas (een aaneenschakeling van kleine taken). Dit alles samen maakt dan ook dat, nu mijn Spaans in sneltempo verbetert met het doornemen van Spaanse wetenschappelijke lectuur, voor mijn vakken nog steeds alles te redden valt. De grootste valkuil is dat de Spanjaarden geen blok hebben, maar een bibliotheek is er gelukkig wel. Die voelt bovendien grotendeels als thuiskomen, door de grote gelijkenis met de Leuvense Letterenbib (tot identiek plafond toe!). We doen het hier dan ook nog volgens het credo van de Spanjaarden: vendrá, het zal allemaal wel komen. Een studiemarathon de komende weken zal er hoe dan ook komen en dan zien we wel waar we stranden. En ondertussen kijk ik zelf ook met spanning uit naar hoe dit precies gaat aflopen. Hopelijk blijft ook hier de werkelijkheid een droom.

Hedonista Erasmus

De taalmoeilijkheden buiten beschouwing gelaten, is het evenwel heerlijk om eens een half jaar in de Spaanse cultuur te mogen leven. Ook al komt de reggaeton (Enrique Iglesias en consoorten), die op ieder moment van de dag overal te horen is, op den duur je oren uit, het is een heuse verademing om eens een half jaar van de Spaanse levenswijze te kunnen proeven. Spanjaarden lijken dan wel vaak een lui volk, ze tonen vooral ook wat tot rust komen en genieten van het leven is. Het ritme van de Spaanse dag ligt een stuk lager dan in België. Niet alleen speelt de dag zich hier een stuk later af, ook weten de Spanjaarden rustmomenten in hun dag te leggen die wij in België vaak missen. Het mooiste moment van de dag vind ik persoonlijk dan ook de paseo, tussen 17u en 19u, de uren na de siësta, wanneer de straten en pleintjes zich vullen met keuvelende, kuierende en genietende mensen. Alle generaties, van jong tot oud, zijn dan en público te vinden en vooral in de weekends is het een genot om deze gezellige drukte te aanschouwen vanachter een portie churros en een wijntje, pratend over vanalles en nog wat met vrienden op één van de vele terrasjes die Granada rijk is.

Spanjaarden zijn een fascinerend volk. Alternatieve kledij en voorkomen zijn hier veel wijder verspreid dan in België. Dreads, haar in alle kleuren van de regenboog, baarden in alle vormen en maten..., het zijn slechts enkele van de aspectos externos waarmee de Spanjaarden graag experimenteren. Ook qua kledij lijkt alles te moeten kunnen. Ik durf te wedden dat bijna niemand hier vreemd op zou kijken, mocht ik in volledige Rode Duivels-outfit in de les gaan zitten. Het gebrek aan stress dat bovendien zo typisch lijkt voor het Spaanse volk, dreigt één van de grootste valkuilen voor vele Erasmussers te zijn. Hoewel Spanjaarden heel toegankelijk en vriendelijk zijn, is het vaak echter moeilijk om ze echt te leren kennen en uit de Erasmusbubbel te kruipen. Niet alleen de taal is daarbij de belangrijkste drempel, maar ook het feit dat de Erasmusgemeenschap in Granada enorm groot en redelijk hecht is. Heel erg vind ik dat evenwel ook weer niet, want Spanje ontdekken samen met al die inspirerende jongeren van verschillende nationaliteiten, maakt de ervaring alleen maar mooier. Ook het typisch Spaanse avond- en nachtleven verkennen we op die manier. Het echte feesten komt hier dan wel pas om gang om 2u of 3u ’s nachts, tot dan brengen we de tijd doorgaans door met zelf georganiseerde botellones of genieten we in de typisch Spaanse tapasbars. Die zijn hier in Granada bovendien extra speciaal omdat je je tapas gratis krijgt bij ieder rondje dat je bestelt. Als je voldoende (alcohol) consumeert ’s avonds, heb je dan ook ineens gegeten. Zonder meer een prachtige uitvinding is dat. En weer gaat dat meestal gepaard van eindeloze gesprekken en gemoedelijk genieten. Despacito.

‘Je krijgt hier gratis tapas bij ieder rondje dat je bestelt. Als je voldoende (alcohol) consumeert ’s avonds, heb je dan ook ineens gegeten. Zonder meer een prachtige uitvinding is dat’

Het is moeilijk te kiezen wat nu precies het mooiste is aan Erasmus, omdat ieder aspect van het leven hier op zich al een uitzonderlijke ervaring is. Het allermooiste zijn uiteindelijk misschien echter toch wel de weekends, wanneer je als Erasmusser de tijd heb om op avontuur te trekken. Erasmus is immers ook je omgeving verkennen. Eropuit trekken, soms met vrienden, soms alleen, om het Andalusische binnenland te gaan verkennen. De Erasmus Granada-organisatie, die een ruime keuze van georganiseerde trips aanbiedt, draagt daarbij niet toevallig de naam Best Life Experience. Vaak trekken we er echter ook gewoon zelf op uit met een gehuurde auto of per bus. Erasmus, dat is immers ook met jongeren uit verschillende landen, die je soms amper een paar dagen kent, impulsief beslissen om een auto te huren en op avontuur naar zee te trekken. Om op dat avontuur rotsen te gaan beklimmen en verlaten huizen te gaan ontdekken, om onderweg te verpozen langs de kant van de weg en te genieten van de obras de arte die het uitzicht te bieden heeft, en om aan het einde van de dag in een willekeurig vissersdorpje in een desolaat restaurant van een heerlijk avondmaal te gaan genieten. Het avontuur nadien dan besluiten met een terugtocht doorheen het nachtelijke donker over onverlichte bergweggetjes, terwijl je allemaal samen luidkeels de grootste reggaeton-hits tracht mee te kelen, dat levert pas echt ervaringen op die je van je leven niet vergeet. Best life experiences. Dromen. Dát went pas echt nooit.

Erasmus is zalig, maar ook moeilijk. Het is in ieder geval een les in volwassen worden. Volledig zelfstandig leren leven, in een ander land, in een andere taal, waar je voortdurend van de ene ervaring in de andere tuimelt. En dat zelfstandig leven, dat lukt de ene dag al wat beter dan de andere, maar uiteindelijk doet het je hoe dan ook veranderen als mens. Een Erasmuservaring doet immers nadenken. En dat nadenken doet je het leven appreciëren. Erasmus is het leven appreciëren en benutten, iedere dag. Maar het went nooit. Het besluit is dan ook niet moeilijk te maken: Erasmus is aan te raden. Of gewoon enkele maanden in het buitenland doorbrengen, leven en proberen leven. Voor avonturiers en voor mensen die avontuur willen ontdekken. Je maakt er vooral van wat je zelf wilt! En voor wie het nog niet gedaan heeft: Granada en haar Andalusische omgeving eens bezoeken. Ik kan nog over zoveel mooie dingen hier spreken en vertellen, ik heb allicht duizend foto’s en filmpjes om te tonen, maar uiteindelijk kan je het beter gewoon zelf komen ontdekken. Ik kan het alvast aanraden. Tot 27 juni kan het zelfs nog met gratis overnachting op een zetel in Casa ni de coña. Nadien ben ik altijd bereid mee terug te gaan als gids. Want als er één ding zeker is, dan is het dat ik hier terugkom. Volvera. Por supuesto!

Dit artikel verscheen in mei 2017 in Hermes 5, jaargang 13. 

Victor Van Driessche

Victor Van Driessche is masterstudent geschiedenis. Om zijn bachelor in schoonheid af te ronden, trok de man vorig jaar naar het zonnige Granada. Wie kan hem dat kwalijk nemen? Verder is Victor enthousiast speler binnen de geschreven journalistiek, zowel voor Hermes als voor de concurrenten bij Veto.

Geef een reactie