Kleuters, peuters en studenten

Wat maakt een kleuter een kleuter, een peuter een peuter en bovenal een student een student? Ik vermoed dat enkel pedagogen het antwoord daarop weten, dus ik zou het graag aan iemand met zulk een beroep vragen. Aangezien er echter maar één pedagoog is die ik ken en hij voornamelijk op twitter zit te discussiëren over rechters, zit er mij alleen maar op om dat zelf uit te pluizen. Succesvol of niet, hier volgt mijn poging tot een grondige analyse van deze drie schepsels. (Ja eigenlijk twee, aangezien ik buiten de leeftijd zelf niet echt zoveel verschillen zie tussen een peuter en een kleuter. De titel stond mij gewoon aan.) Veel leesplezier!

Gelijkenissen

Eerst en vooral: respectloosheid. Geef een peuter bijvoorbeeld eens een stuk speelgoed. Eerst zit het wezen ernaar te kijken, dan plezier mee te maken en plots, alsof het niks is, gooit hij het met een kreet van uitbundig gelach gewoon weg. En als dat nog niet genoeg is, beginnen ze soms verdomme te wenen omdat ze dat stuk speelgoed niet meer hebben. Zo goed als geen respect voor hun eigen materiaal. Nu ik ga niet beweren dat als je een student een stuk speelgoed geeft, hij het plots gaat wegsmijten. Ik durf wel te zeggen dat als de student een beetje gedronken heeft, hij plots geld genoeg bezit. Ik geef een voorbeeld rechtstreeks gegrepen uit het dagelijks leven. Een vriend van mij, laten we hem V. D. noemen, klaagde ooit dat hij te weinig geld had om te gaan eten. Nog geen seconde later vertelde hij mij dat hij zojuist twee bakken Cara in de Colruyt had gekocht. Jah, there’s a shocker. Het speelgoed van de peuter kun je dus vergelijken met het geld van de student. De mama en de papa geven hun kind een schoon centje, de student gaat er uitbundig mee te werk en wanneer ze het zelf verspild hebben: alom verbazing dat ze het niet meer hebben.

Ten tweede: voldaanheid. Ik geef toe dat de vorige alinea positiever kon. Daarom ga ik de volgende gelijkenis wat aangenamer maken. Een kleuter is snel tevredengesteld. Geef ze een stuk speelgoed, een glimlach en hun mama’s tetje (of is die fase dan al lang gepasseerd? Ik heb echt geen idee) en dag traantjes. Respectievelijk voor de student zijn deze: geld, vriendschap en de tap van de fak. O, prijs de dag wanneer de mama en de papa geld op de students bankrekening storten! Prijs de vrienden die hem steunen doorheen de lessen! En bovenal prijs de fak, voor haar goedkope beschikbaarheid van de tap aan iedereen die er nood aan heeft! Het leven van de student is bovenal eigenlijk hetzelfde als een peuter: slapen, drinken en plezier maken. En niet per se in die volgorde. Ja ok, een student moet ook nog studeren, maar dat is bijzaak. Een kleuter moet eveneens bijvoorbeeld leren hoe hij zelf zijn jas aantrekt, maar dat betekent niet dat zijn hele essentie bestaat uit het al dan niet slagen in die opzet.  En zoals Sartre al zei: existentie gaat vooraf aan essentie. Dat heeft er dus absoluut niets mee te maken, maar het is wel een zin om bij stil te staan.

Verschillen

Om te beginnen: de onderhandelingszin. Neem nu bijvoorbeeld terug het speeltje van de peuter. Stel u nu eens voor dat je die gewoon afneemt van het kindje, zonder er aan vuil te maken waarom. Eerste reactie? Geween, geween en nog eens geween. Maar wat krijg je nu als je eens iets anders in de plaats voorstelt? Een koekje bijvoorbeeld, of een beetje chocolademelk? Na wat wikken en wegen, zal de peuter uiteindelijk het beter alternatief inzien en je voorstel accepteren. Geen traantjes meer dus. Maar wat krijg je nu als je het favoriete dingetje van de student afneemt, zijnde bier? Laat mij het stellen via een hypothetische confrontatie:

Student: geef mijn pint is terug, gast!

Antropoloog: Wil je anders in de plaats een colatje, of een ice tea’ke?

Student: Gast zwans nie en geef mij mijn pint terug

Antropoloog: wat dacht je van wat water?

Student: jong ik zen gene vis he

Antropoloog: anders een pizza?

Student: (twijfelt) jong ik zen het moe, ik wil bier!

Enough said.

Ten slotte: lezen. Heb jij ooit een student vrijwillig een boek zien lezen? Ja dat dacht ik al. Een peuter doet soms nog ten minste een prentenboek open.

Ziezo, dat was het dan weer. Ik hoop dat mijn analyse even correct was als dat de inhoud ervan volledig incorrect was.

Geef een reactie