Roodschachtje

Bijna iedereen was als kind wel dol op sprookjes, toch hebben recente studies bewezen dat sprookjes minder aanslaan bij studenten. Dat onheilspellende fenomeen wou onze Hermesredactie tegengaan . Daarom hadden wij het plan om sprookjes aan te passen aan het studentenniveau en vandaar presenteren wij met trots het eerste sprookje; ‘Roodschachtje en de grote boze Maanman’.

Niet zo heel lang geleden was er eens een meisje, ‘Roodschachtje’ genaamd. Hoewel ze een o zo onschuldig meisje was, had ze ook wel eens een rebels kantje en was ze opgegroeid in een marginaal milieu. (Dat verklaarde ook meteen waarom ze taal en letterkunde ging studeren.) Net zoals veel meisjes rond de 18 jaar, ging Roodschachtje naar de universiteit. En net als alle studenten aan de faculteit Letteren werd ze verliefd op de Fakbar Letteren en op haar studentenkring. Ze ging geen activiteit uit de weg en deed dan ook mee met de schachtenverkoop in het begin van haar eerste jaar. Ze werd geveild, kreeg haar schachtenmeesters toegewezen en ontving al rap de eerste opdracht. Die opdracht bestond uit een mandje vol lekkers verzamelen en naar één van haar schachtenmeesters te brengen. De winkels waren echter al toe – het was al laat op de avond – dus vulde ze een mandje met haar eigen eten en repte zich uit haar kot. Ze moest echter een heel eindje stappen, toch besloot ze een omweg te nemen doorheen het stadspark omdat ze dit zo’n mooie aangename plek vond. (Ze was immers zelf ook een yogasnuiver.) Het stadspark ging wel bijna sluiten, dus ze moest zich haasten.

Zou jij je rechter tet erop durven inzetten dat de mens ooit in de ruimte is geweest?

Terwijl ze snel door het mooie parkje stapte, had ze het gevoel dat ze begluurd werd. Roodschachtje begon zich heel ongemakkelijk te voelen. ‘Meisje, zou jij je rechter tet erop durven inzetten dat de mens ooit in de ruimte is geweest?!!’, toen ze dit hoorde sprong er een grote man uit een bosje dicht bij haar. Ze verstijfde… De geruchten waren dus toch waar. M. De Maanman bestond wel degelijk! Roodschachtje mocht niet tegen vreemde mensen praten van haar mama, dus ze liep door. Maar hij hield haar tegen door voor haar te springen; ‘Ik geef u 1000 euro als ge kunt bewijzen dat een raket ver kan opstijgen!’. Nu plaste ze pas echt in haar broek van de schrik. Ze duwde hem vlug aan de kant met al haar kracht en zette het op een lopen. Ze hoorde hem haar boos naschreeuwen. Ze viel op haar knieën buiten het stadspark en begon hevig te huilen. Maar ze kon niet stoppen om te huilen, haar schachtenmeester was aan het wachten. Zijn kot was vlak bij en dus snelde ze er heen, met haar laatste krachten.

De deur van zijn inkomhal en kot waren al open. Vreemd. Ze ging binnen in het kot. ‘Hallo, is daar iemand?’, stamelde ze. ‘Hier mijn kind’, klonk het antwoord uit de slaapkamer. Roodschachtje ging op het geluid af en zag een man, bedekt door lakens, in het bed liggen. ‘Maar schachtenmeester waarom heb je zo’n doorlopende wenkbrauw?’, vroeg het onschuldig eerstejaartje. ‘Dat is om beter te kunnen fronsen wanneer iemand mijn gelijk ontkent’. Er viel ook iets anders raar haar op. ‘Waarom heb je zo’n mooi geplastificeerd geel bordje met een ontkenning van de ruimtevaart?’ ‘DAT IS OM JE BETER TE KUNNEN LASTIG VALLEN!’ Tot haar ontsteltenis sprong M. De Maanman uit het bed. Ze zette het op een lopen. Maar hij volgde haar en bleef haar volgen. Toen ze uit het gebouw van het kot rende, zag ze opeens het paarse uniform van de stadswacht. Ze schreeuwde moord en brand en de sympathieke man kwam aanlopen. Achter haar stond M. De Maanman echter al zeer dicht bij en tilde zijn bordje op zodat ze dit beter kon zien. Haar ogen brandden. De stadswacht haalde echter het maximale uit zijn functie door te schreeuwen: ‘seg dat mag wel niet eh! Laat dat meiske eens met rust!’ M. De Maanman was ontsteld en zette het op een lopen. Zo was Roodschachtje weer veilig, totdat ze in alma 2 ging eten. Maar dat lieve studentjes, is weer een ander verhaal.  

Geef een reactie