Intriges in Brussel: een kortverhaal

De politieke partijen maken zich stilletjes aan klaar voor het begin van het einde: namelijk het einde van het verhoopte begin dat uiteindelijk het einde bleek te zijn, zijnde een begin van een nieuwe coalitieopstelling. Sommige voorzitters zijn verheugd hierdoor, anderen bitter teleurgesteld. Wat wel zeker is, is dat een nieuw begin reeds heeft plaatsgevonden. Vermoedelijk een begin dat zal eindigen vooraleer het midden is bereikt. Hier volgt een reconstructie van de nieuwe coalitiegesprekken die in het uiterste geheim aan de Wetstraat werden heropgestart.

“Ja lap,” zei Bart De Wever luidop, “dit gaat verdomme nergens op uitdraaien.” Hij keek bedenkelijk in het rond: naast hem (op een veilige anderhalve meter afstand weliswaar) zat Joachim Coens. Een betrouwbare man, maar met weinig charisma. Een CD&V-voorzitter van de oude stiel die wist hoe hij compromissen moest maken. Maar wat als niemand compromissen wilde sluiten? Wat als een compromis alleen al een verlies zou betekenen? Een bizarre paradox, waar spijtig genoeg te veel partijen aan tafel momenteel mee kampten. De Wever zuchtte en dacht na: Zou ik het zelf zeggen? Of zou ik wachten? Geduld had vaak in de N-VA’er zijn voordeel gespeeld, net zoals tijdens de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Maar de tijd drong en de vraag was of zijn opposant evenveel geduld zou kunnen uitoefenen als hijzelf. Only time can tell.

Magnette speelde het moeilijk, maar dat was nu eenmaal de enige manier om een bamboetak te doen buigen.

Zijn tegenstander Paul Magnette keek De Wever met een pokerblik aan. Denk maar niet dat ik iets ga prijsgeven mijn vriend, dacht hij bij zichzelf. Magnette speelde het moeilijk, maar dat was nu eenmaal de enige manier om een bamboetak te doen buigen. Zo’n tak zou nooit breken, maar met genoeg windkracht kan je het doen bewegen en laten veranderen van richting. Het probleem was dat hij niet goed wist hoe hij deze bamboe genaamd Bart De Wever kon doen keren. De Wever was niet zoals de overige voorzitters, namelijk veel minder buigzaam. Toch zou het lukken, overtuigde Magnette zichzelf, want deze man speelt een spel en de enige manier om dit duel te winnen, is om het via zijn regels te spelen. De PS-voorzitter wendde zijn blik richting Coens en fronste gefrustreerd. Waar wacht hij toch op? Was dit niet de grote compromissenmaker? De gerespecteerde CEO van de Zeebrugse haven? Magnette heeft nooit warmgelopen van CEO’s, maar deze man was anders. Hij was bereid om te luisteren en niet louter geïnteresseerd in kille cijfers. Neen, Coens kon begrip tonen en hierdoor de meer menselijke beslissingen nemen. Maar durfde hij het finaal oordeel wel te vellen?

“Hoe lang gaan we dit staarspelletje nog volhouden?” vroeg Conner Rousseau de overige partijvoorzitters, “Of willen we nu eindelijk tot een besluit komen?” Maar Rousseau wist dat het verloren moeite was. Deze mensen zijn het niet alleen op professioneel vlak fundamenteel oneens, maar kunnen elkaar ook persoonlijk niet zien of ruiken. De jonge voorzitter zuchtte en begon zichtbaar vermoeid te geraken. Weken van onderhandelingen, weken van gezeur en koppigheid. En voor wat? Om hier aan deze tafel zo te eindigen? Waarom is de kogel nog steeds niet door de kerk? Lag het aan zijn prille leiderschap? Neen, suste Conner zichzelf, ze willen het gewoon niet. Hun halsstarrige houding culmineerde in deze situatie, waardoor alles op dit moment vastliep. De liberalen hadden het klaarblijkelijk ook al opgegeven; Rutten dommelde duidelijk in slaap en Bouchez speelde stiekem een spelletje op zijn GSM, hoewel iedereen dit reeds had opgemerkt. Tenminste was de Vlaamse socialist blij dat de verantwoordelijkheid momenteel niet op zijn schouders rustte. Dit probleem was doorgeschoven naar zijn collega van de CD&V. “Joachim, kun je eindelijk alsjeblieft een antwoord geven, dan zijn we allemaal van de spanning verlost.”

De CD&V-voorzitter stond bij iedereen in een goed blaadje en kende geen vijanden. Of nog niet alleszins

Oh nee, ze staren allemaal opnieuw naar mij. Joachim Coens keek peinzend terug naar Conner Rousseau, om dan zijn blik weer te wenden naar Paul Magnette en uiteindelijk Bart De Wever. De liberalen waren al even uit zijn gedachten verdwenen. Wat moet ik nu zeggen? Twijfel sloeg weer toe bij Coens. Hij was al in het voorbije halfuur meermaals van gedachten veranderd, hij kon maar geen kant kiezen. Moest hij de Franstalige socialist volgen of toch de Vlaamse nationalist? De jongste voorzitter aan tafel wilde daarentegen een algemeen compromis, maar een ervaren rot als Joachim wist dat dit bij deze mensen niet mogelijk was. Hoe dan ook moest een beslissing worden genomen. Waarom word ik hier trouwens mee lastiggevallen? Maar Coens wist hier het antwoord zelf wel op: hij was het compromisfiguur en een pragmaticus. De CD&V-voorzitter stond bij iedereen in een goed blaadje en kende geen vijanden. Of nog niet alleszins. Inderdaad, uiteindelijk zouden er sowieso mensen zijn beslissing niet met dank afnemen. Joachim besloot bijgevolg om te doen wat hij zelf juist achtte. Coens deed stilletjes zijn mond open en maakte zich klaar om Conner van een antwoord te voorzien. Iedereen was opgelucht, want ze wisten dat de CD&V’er tot een besluit was gekomen. Na enkele seconden van spanning, kwam er geluid uit Coens mond, dat luidde: “Het wordt kebab.”

Gwendolyn Rutten schoot plotsklaps wakker en Georges-Louis Bouchez keek verward op van zijn GSM. Alle andere partijvoorzitters riepen hun duidelijke ongenoegen uit: “Daar hebben we er al genoeg van in ‘t stad!” zei De Wever furieus. “Wat is er toch mis met een simpele pizza?”, riep Magnette verbouwereerd. “Dan kunnen we toch evengoed voor mijn burrito’s gaan!” verklaarde Rousseau in ongeloof. Maar Joachim Coens’ beslissing stond vast: ze zouden kebab eten voor hun avondmaal. De partijhoofd was tevreden; na dit besluit kon het echte spel beginnen. Want nu dat ze na drie uur een beslissing over het avondeten hadden genomen, konden de Vlaamse en Franstalige partijvoorzitters eindelijk beginnen aan de onderhandelingen over een Belgische regering. Dat belooft, dacht de CD&V-voorzitter bij zichzelf.

Geef een reactie