5 dingen die ik heb geleerd tijdens mijn eerste semester als geschiedenisstudent

Mijn eerste semester als geschiedenisstudent (in coronatijden) is op zijn minst gedenkwaardig te noemen. Op 21 september voelde het alsof ik opnieuw in het eerste middelbaar zat. Alhoewel ik de lelijke beugel en de veel te grote boekentas deze keer achterwege liet, voelde ik wel dezelfde onzekerheid. Ik was onzeker over contact leggen met medestudenten, onzeker over mijn capaciteiten en bovenal onzeker over hoe ik het studentenleven zou overleven. Uiteindelijk is dat min of meer gelukt, al heb ik er wel een aantal belangrijke lessen getrokken. – Door Bente Ooms

  1. Ik ben niet zelfstandig.

Mijn jongere nichtjes vragen mij altijd hoe het is om “volwassen te zijn”. Ik moet dan altijd heel hard lachen, want als er één iemand volwassen noch zelfstandig is, dan ben ik het wel. Die magische leeftijd van achttien betekent in de praktijk helemaal niets. Koken kan ik niet; ik leef op kot van pasta, pasta, pasta en boterhammen met choco. Vlaams-Belangstemmers kunnen beter twee keer nadenken voor ze ‘Vrouwen achter het fornuis’ roepen, want ik kan hen verzekeren dat je sommige vrouwen gewoon niet achter je fornuis wíl.

Daarnaast is het aanhouden van een normaal slaapritme één van de grootste uitdagingen voor mij. Vijf uur slaap is niet genoeg en drie uur zéker niet. Note to self: één aflevering voor je gaat slapen is genoeg, een half seizoen is echter iets te veel van het goede.

2. Boomers haten studenten, zelfs nog meer als ze geschiedenis studeren en geen boekhouden.

Gaande van de Karens in de supermarkt tot de Patricks in de HLN-comments; boomers zijn nooit onze beste vrienden geweest. Eén van hun favoriete zondebokken zijn de studenten; we zijn lui en onze enige hobby is zuipen. Gelukkig voorzien de echte diehards ons dagelijks van het levensadvies dat onze “pampergeneratie” nodig heeft. Daar stopt het nochtans niet…

Dit semester leerde ik dat de studierichting geschiedenis nóg diepere agressieve gevoelens bij boomers oproept, want “meiske, daar kunde toch niks mee doen?’. Volgens deze wijze zielen, kan ik enkel leerkracht worden; iets anders is uitgesloten.  Meestal zijn sommigen zelfs nog zo vriendelijk om uitgebreider toe te lichten over hoe ik later onder de brug in een doos ga eindigen. Om zulke redevoeringen in de toekomst te vermijden, heb ik besloten om gewoon tegen deze opvallende types te zeggen dat ik rechten of economie studeer.

3. L-vakken? Wie zijn ze? Wat drijft hen?

L-informatievaardigheden is echt een vak waarvan het specifieke nut mij tot op de dag van vandaag een raadsel is. Ik wist in eerste instantie niet wat te verwachten en nu weet ik eigenlijk nog altijd niet wat ik nu eigenlijk heb geleerd. Ik was dan ook heel blij dat wij geen examen hadden van dit vak, want ik had oprecht niet geweten hoe ik dit had moeten aanpakken.

Blijkbaar komen er nog meer van deze vakken mét examen, dus ik ben lichtelijk in paniek, maar dat zijn zorgen voor volgend jaar…

4. Het leven is duur of ik kan niet omgaan met geld.

Ik kwam voor het eerst tot deze constatatie toen het mij een goed idee leek om een doos van twaalf halve liters rouge te kopen. Op dat moment leek het mij een goed idee, maar ik had mijn sociaal leven zwaar overschat en miss Rona zwaar onderschat. Zo gaf ik veel te veel geld uit aan bier, waar ik nu nog altijd mee zit. Ik zal het maar beschouwen als een investering.

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, behalve Bente Ooms. Op een sombere avond, waar ik, toevallig genoeg, bezig was aan de leerpaden van L-info, had ik ineens ongelofelijk veel zin in ijs. Ik dacht dat het een goed idee was om dan maar snel ijs in de nachtwinkel te gaan halen en zo betaalde ik acht euro voor een pot ijs. Heb ik mij laten afzetten? Ja. Heb ik deze fout nog gemaakt? Ja.

Tot slot is Take Away mijn beste vriend geworden, tot groot ongenoegen van mijn ouders. Ik bestel veel te vaak dan goed zou zijn voor mij en ik denk dat al die bezorgers mij ondertussen al wel kennen. Hopelijk leer ik dit semester wel koken, want anders kunnen ze mij tegen de vakantie naar buiten rollen.

5. Wenen is oké

Ik heb regelmatig geweend; was het niet om geschiedenis van de middeleeuwen, dan was het wel om mijn paper. Misschien is dit wel één van de belangrijkste lessen geweest, want het even niet zien zitten is écht wel oké. Zeker in een situatie als deze. We hebben de aula amper van binnen gezien en sociaal contact met medestudenten beperkte zich veelal tot Facebook of break-outrooms tijdens de les. Vrienden maken verliep soms stroever dan we wilden en eenzaamheid speelde wel eens parten. Daarnaast nam de werkdruk ook niet af, waardoor we opgesloten zaten in ons kot samen met een stapel schoolwerk die niet kleiner leek te worden.

In een perspectiefloze situatie als deze is het belangrijk om zelf een poging te doen om zelf perspectief te creëren. Een fijn telefoongesprek of een leuke wandeling met een vriend(in) kan wonderen doen. Gelukkig had ik warme mensen in mijn omgeving die altijd voor mij klaarstonden om te luisteren, mensen die mij hielpen om perspectief te creëren. Zoiets wens ik iedereen toe, want niemand verdient het om hier alleen voor te staan. We zitten immers allemaal in hetzelfde schuitje.

Het eerste semester was er één met ups en downs, maar al bij al heb ik mijn draai wel gevonden. De studie bevalt mij enorm en ik heb heel warme mensen leren kennen. De situatie heeft het er niet gemakkelijker op gemaakt, maar het maakt me des te trotser over hoe we ons hebben gered. Toch kijk ik vooral uit naar het gewone leven, naar een normaal studentenleven waar ik naast iemand kan zitten in de aula en waar ik meer dan driekwart van mensen hun gezicht kan zien. Ik ben alleszins benieuwd welke lessen dat, voorlopig nog mythische, échte studentenleven mij nog gaat bijbrengen.

The following two tabs change content below.

Laatste berichten van Hermes (toon alles)

Hermes
Hermes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *